Mede dankzij de spieren kunnen we bewegen, waarbij de botten de aangrijpingspunten zijn. Bovendien waarborgen de spieren - in samenwerking met het skelet - een normale lichaamshouding. Ook zorgen ze voor de begrenzing van de lichaamsholten, waaronder de borst- en buikholte. Het spierstelsel kunnen we indelen in spiergroepen. Als zodanig werken ze groepsgewijs, zoals de spieren van de borst, de buik, armen en benen.
Inhoud
* Willekeurige en onwillekeurige spieren
* Spiergroepen
* Namen van de belangrijkste spieren van de borst (borstwandspieren)
Willekeurige en onwillekeurige spieren
Anatomie spierstelsel |
Spiergroepen
De bewust aanstuurbare spieren, ofwel de skeletspieren, zijn in te delen in groepen en de werking ervan is bovendien groepsgewijs. De belangrijkste spiergroepen van het skelet zijn:
- borstspieren;
- buikspieren;
- rugspieren;
- armspieren;
- beenspieren;
- mimische spieren en kauwspieren.
Namen van de belangrijkste spieren van de borst (borstwandspieren)
1. Musculus pectoralis major (grote borstspier)
Deze sterke spier kan men onderverdelen in de pars clavicularis, de pars sternocostalis en de pars abdominalis. De grote borstspier loopt van het borstbeen naar het opperarmbeen en zorgt er onder andere voor dat men de zijwaarts geheven armen voor de borst kan brengen.
2. Musculus pectoralis minor (kleine borstspier)
Deze spier loopt van de bovenste ribben naar het ravenbekuitsteeksel. Het betreft een van de diep gelegen spieren. De kleine borstspier trekt onder andere het schouderblad naar beneden en tegen de romp aan. De spier bevindt zich onder de musculus pectoralis major (grote borstspier).
2. Musculus pectoralis minor (kleine borstspier)
Deze spier loopt van de bovenste ribben naar het ravenbekuitsteeksel. Het betreft een van de diep gelegen spieren. De kleine borstspier trekt onder andere het schouderblad naar beneden en tegen de romp aan. De spier bevindt zich onder de musculus pectoralis major (grote borstspier).
3. Musculus serratus anterior (voorste zaagspier)
Deze spier maakt deel uit van de schoudergordel en loopt van de ribben naar de binnenzijde van het schouderblad. De spier drukt het schouderblad tegen de thorax bij het zijwaarts heffen van de armen. De voorste zaagspier bestaat uit drie delen: het craniale, intermediaire en caudale deel.
4. Musculi intercostales (tussenribspieren)
Deze spieren vullen de ruimten op tussen de ribben, waarbij men onderscheid maakt tussen de binnenste (musculi intercostales interni) en buitenste (musculi intercostales externi) tussenribspieren. De eerste groep loopt tussen de ribkraakbeenderen, en de tweede tussen de benige delen van de ribben. Beide spiergroepen bevatten afzonderlijk 11 paar spieren.
5. Diaphragma (middenrif)
Het middenrif vormt de begrenzing van de borst- en buikholte. Het middendeel bestaat uit een peesblad en de zijkanten uit spieren die zijn aangehecht aan het processus xiphoideus (zwaardvormig aanhangsel), verder aan de acht onderste ribben en met langgerekte pezen aan de 2de en 4de lendenwervel. Tussen de pezen bevinden zich openingen waar de aorta, de onderste holle ader, de slokdarm en de borstbuis (lymfevat) doorheen gaan.
Lees verder
> Veel lichaamsbeweging is gezond voor ouderen
> Namen van de beenspieren
> De 10 belangrijkste verschillen tussen slagaders en aders
> Namen van de borstspieren (borstwandspieren)
> Namen van de buikspieren
Bronvermelding
Fotoverantwoording
. Inleidingfoto: borstspieren; Pectoralis major muscle * Original by sv:Användare:Chrizz, 27 maj 2005
. Andreas Vesalius, Public domain, via Wikimedia Commons
. KVDP, Public domain, via Wikimedia Commons
Geen opmerkingen:
Een reactie posten
Opmerking: Alleen leden van deze blog kunnen een reactie posten.