A5A0C56B5243F86D4E229DD720350EA2 9ad20deef62a4765b51ec572bdd5abdd

24 januari 2023

Het verschil tussen uitgestorven en prehistorische dieren

Er is verschil tussen de begrippen uitgestorven en prehistorische dieren. De wetenschap bedoelt met de laatstgenoemde groep de diersoorten die de aarde bevolkten in een periode die niet in de geschiedschrijving ofwel met schriftelijke bronnen verifieerbaar is. Dit begrip is echter cultureel en geografisch verschillend. Prehistorische dieren leefden met andere woorden minstens 
2500-3000 jaar geleden, althans zoals dat in de eigentijdse geschiedschrijving gedefinieerd is. Prehistorie betreft dus een ruim begrip. De grote groep uitgestorven dieren omvat ook de soorten die in de ‘huidige’ tijd zijn uitgestorven, zoals de dodo en de buidelwolf. Bij de aanduiding prehistorisch moet men dan bijvoorbeeld denken aan de grote groep dinosauriërs.

Inhoud

* Prehistorische dieren leefden miljoenen jaren geleden
    * Oudste landdieren
* Tiktaalik, de ontbrekende schakel
* Dinosauriërs leefden op het land, in de zee en in de lucht
* Uitgestorven dieren
    * Massa-extinctie

Prehistorische dieren leefden miljoenen jaren geleden

Prehistorische gorgosaurus
Het leven op aarde, zoals wij dat kennen, ontstond of ontwikkelde zich waarschijnlijk ongeveer 600 miljoen jaar geleden in de zeeën en oceanen. Maar er gingen nog miljoenen jaren overheen voordat het leven zich zodanig had ontwikkeld dat de eerste ongewervelde diersoorten uit het water aan land kropen, hoewel het bewijs voor deze ontwikkelingsgang, dus dat landdieren uit vissen evolueerden, lang op zich liet wachten.

Oudste landdieren

Algemeen wordt aangenomen dat de eerste gewervelde landdieren ongeveer 500 miljoen jaar geleden verschenen. De oudste bekende fossielen van viervoetige landdieren stammen van ongeveer 363 miljoen jaar geleden.

Tiktaalik, de ontbrekende schakel

Fossiel van Tiktaalik
Sinds lang wordt aangenomen dat conform de evolutietheorie de landdieren zich uit vissen en zeereptielen ontwikkelden, waaronder de plesiosaurus (plesiosaurus dolichodeirus). Fossielen van dieren met kenmerken van zowel vissen als landdieren werden echter niet gevonden. Ofwel fossielen van dieren die in zee leefden, maar ook zogezegd uitstapjes op het land maakten. Die ‘missing link’ bleef uit. De ontbrekende schakel verscheen in de vorm van een fossiel van Tiktaalik, een prehistorisch chordadier uit de klasse Sarcopterygii (kwastvinnigen). Het fossiel van Tiktaalik toont vinnen en schubben, maar in de vinnen bevinden zich kleine botten die men kan vergelijken met vingers, armen en de elleboog, ledematen waarmee Tiktaalik over land liep. Ook de hals is duidelijk zichtbaar. Met de vondst van dit fossiel werd bewezen dat de landdieren uit vissen ontstonden.

Dinosauriërs regeerden op het land, in de zee en in de lucht

Als het gaat om prehistorische dieren spreken de dinosauriërs (ook wel dinosaurussen genoemd) nog het meest tot de verbeelding. Over een tijdspanne van ruim 100 miljoen jaar regeerde een grote diversiteit aan reptielensoorten - van klein tot gigantische groot - het land, de zee en de lucht. Ongeveer 65 miljoen jaar geleden stierven deze prehistorische dieren op de tijdschaal plotseling uit door al even ‘plotselinge’ geologische en klimatologische veranderingen die een enorm en acuut aanpassingsvermogen vereisten waar veel toenmalige diersoorten, waaronder de dinosauriërs, niet aan konden voldoen.

Uitgestorven dieren

Uitgestorven dodo
Met uitgestorven dieren wordt, in tegenstelling tot prehistorische dieren - hoewel ze ook deel uitmaken van deze groep - doorgaans de diersoorten bedoeld die niet alleen samen met de mens leefden, maar waarbij de mens ook deels verantwoordelijk was voor hun uitsterven. Bijvoorbeeld doordat er intensief jacht op werd gemaakt of dat hun broze dan wel enige leefomgeving (biotoop) steeds kleiner werd door onder andere landbouw en ontbossing. Het is een dodenlijst die in de huidige tijd door toedoen van de mens almaar langer is geworden.

Massa-extinctie

Daar staat tegenover dat volgens veel biologen ruim 90 procent van de diersoorten die de aarde nu en in een ver verleden bevolkten zijn uitgestorven. Het uitsterven der soorten is als zodanig dus een natuurlijk proces, aangezien de natuur verandert en de diersoorten zich daaraan moeten aanpassen of anders als soort uitsterven. Niettemin gaat het uitstervingsproces in de 21ste eeuw zo snel dat de wetenschap zichzelf de vraag stelt of de diersoorten voor de zesde keer in de aardse geschiedenis een massale uitstervingsgolf (massa-extinctie) tegemoet zien, waarvan mogelijk de mens ook deel gaat uitmaken. In elk geval staat vast dat het uitsterven der soorten in de huidige periode zich honderd keer sneller voltrekt dan in de voorgaande perioden.

Lees verder
Plesiosaurus - bestaat de zeedraak nog steeds?
De mysterieuze bidsprinkhaan
Is het monster van Loch Ness een plesiosaurus?
Karakteristieke kenmerken van zoogdieren
De dodelijke Australische tunnelwebspin (Atrax robustus)


Bronvermelding

Fotoverantwoording
. Inleidingsfoto: postzegel (VS) met prehistorische dieren; Post of Georgia, Public domain, via Wikimedia Commons
. Leoomas, CC BY-SA 4.0 <https://creativecommons.org/licenses/by-sa/4.0>, via Wikimedia Commons
. Eduard Solà, CC BY-SA 3.0 <https://creativecommons.org/licenses/by-sa/3.0>, via Wikimedia Commons

14 januari 2023

Bloedonderzoek - doel, methoden en werkwijze

Het analyseren van bloed is een belangrijke methode om orgaanfuncties of ziekten te diagnosticeren. Slechts een kleine hoeveelheid bloed is nodig voor het testen van veel aandoeningen. Pathologische processen in de weefsels en organen worden dikwijls het eerst gezien in de veranderde samenstelling van het bloed. Bloedonderzoek is dan ook van groot belang voor het verkrijgen van inzicht in veel ziekten. In de meeste gevallen wordt het bloed verkregen uit de ader, de vingerprik en in sommige gevallen uit arterieel bloed.

Inhoud

* Bloedonderzoek
* Bloedprikken
* Veneus bloed prikken (venapunctie)
    * Stollingstijd
    * Bezinking en hematocriet
    * Ureum en kreatinine
    * IJzer en transaminasen
    * Vitaminen en mineralen
* Capillair bloed (vingerprik en hielprik)
* Arterieel bloed 

Bloedonderzoek

Bloedprikken (veneus)
Vrijwel iedereen is wel eens naar de huisartsenpraktijk of het ziekenhuis gegaan om bloed te laten prikken. Het is dan ook een veelgebruikte medische methode om gericht diagnoses te kunnen stellen, zoals onderzoek naar micro-organismen, genetisch onderzoek en de bepaling van verschillende soorten en aantallen bloedcellen en het functioneren ervan. Bloedonderzoek is bovendien van belang voor het beoordelen van de algemene gezondheidstoestand, maar ook om risicofactoren op te sporen, zoals een hoog cholesterolgehalte of een gebrekkige nier- en leverfunctie. Ook is bloedonderzoek belangrijk om te evalueren hoe het lichaam reageert op een behandeling, zoals bij chronische ziekten.

Bloedprikken

In de meeste gevallen wordt bloed geprikt uit de aders of haarvaten. Het prikken van arterieel bloed komt niet vaak meer voor. Het doel van de bloedtest en de hoeveelheid benodigd bloed zijn belangrijk voor de plaats van de bloedafname (veneus of capillair). Bloedafname gebeurt in de huisartsenpraktijk of in het ziekenhuis. Veel diabetici hebben geleerd hoe ze zelf met behulp van de vingerprik (capillair bloed) de glucosespiegel in het bloed kunnen testen.

Veneus bloed prikken (venapunctie)

Bloedafname (veneus)
Het merendeel van de afgenomen bloedmonsters bestaat uit veneus bloed. Bij volwassenen gebeurt de afname, ofwel venapunctie, vrijwel altijd in een ader aan de binnenkant van de elleboog. Om de arm boven de ader wordt een stuwband aangebracht, waardoor de ader opzwelt. Nadat de huid is schoongemaakt, wordt met een holle naald in de ader geprikt en bloed afgezogen in een vacuümbuisje. Bij kleine kinderen wordt veneus bloed doorgaans in een ader van de hand of voet geprikt. Veneus bloed biedt tal van laboratoriumbepalingen, zoals het cholesterolgehalte en mineralen, waaronder kalium en natrium. Dat geldt ook voor de stollingstijd, de hemoglobine en de bezinking als het vermoeden bestaat van een ontsteking. Enkele belangrijke bloedonderzoeken met veneus bloed zijn:

Stollingstijd

De protrombinetijd (PT), ofwel de stollingstijd, wordt beïnvloed door veel factoren. Ook medicijnen spelen daarin een rol. De PT is verder belangrijk bij het vaststellen van bijvoorbeeld leverstoornissen.

Bezinking en hematocriet

Bloedonderzoek in
laboratorium
De bezinkingssnelheid (BSE) van de rode bloedlichaampjes (erytrocyten) staat onder invloed van bijvoorbeeld infecties, veranderingen van de bloedeiwitten en de aanwezigheid van tumoren. Deze en andere factoren beïnvloeden de BSE. Hematocriet wil zeggen de verhouding tussen het vloeibare deel van het bloed en de vaste bestanddelen, waaronder erytrocyten en witte bloedlichaampjes. Bij uitdroging zal het hematocriet hoog zijn.

Ureum en kreatinine

Bij nierziekten is het ureum - een afbraakproduct van de eiwitten - meestal verhoogd. Kreatinine is een afbraakproduct van spierweefsel. De bepaling is van belang voor het testen van de nierfunctie.

IJzer en transaminasen

Transaminasen zijn intracellulaire enzymen die belangrijk zijn bij de omzetting van aminozuren. Het G.O.-transaminase is verhoogd bij een hartinfarct en andere aandoeningen. IJzer is van belang bij de aanmaak van rode bloedlichaampjes (erytrocyten) en de vorming van hemoglobine in de erytrocyten, de dragers van zuurstof en kooldioxide.

Vitaminen en mineralen

Mineralen, zoals kalium, natrium en chloor, zijn belangrijk voor een goede stofwisseling. Met veneus bloed kan men ook een gebrek aan bepaalde vitaminen aantonen, zoals vitamine D en vitamine B12.

Capillair bloed (vingerprik of hielprik)

Vingerprik
Er zijn slechts een of enkele druppels nodig voor capillair bloedonderzoek, waarbij met een klein lancet in de vingertop wordt geprikt. Bij een baby gebeurt dat in de hiel (hielprik). Met capillair bloed wordt onder andere het aantal rode bloedlichaampjes en het hemoglobinegehalte bepaald bij het diagnosticeren van bijvoorbeeld bloedarmoede (anemie). Ook kan met de vingerprik worden nagegaan of er voldoende bloedplaatjes (trombocyten) in het bloed aanwezig zijn. Bij infecties is in de meeste gevallen het aantal witte bloedlichaampjes verhoogd (leukocytose). Ook de bloedsuikerspiegel kan met de vingerprik worden bepaald. Veel diabetici hebben geleerd hoe ze zelf met behulp van de vingerprik het glucosegehalte in het bloed kunnen bepalen.

Arterieel bloed

Een arterieel bloedmonster wordt afgenomen in de polsslagader (arteria radialis) of in de lies (arteria femoralis). Met arterieel bloed kan men onder andere de zuurgraad (pH) en de bloedgaswaarden bepalen, waaronder zuurstof en koolzuur. Om het zuurstofgehalte in het bloed te bepalen wordt tegenwoordig doorgaans de oxymeter gebruikt. De meter schuift men als een knijper over de top van de wijsvinger. Met behulp van fotometrie meet de oxymeter het zuurstofgehalte in de arteriolen (kleine slagaders) in de wijsvinger. Ook de vaatvulling is met een oxymeter goed te bepalen.

Lees verder
Eerste bezoek aan de huisarts - anamnese en onderzoek
Röntgenfoto - werking, toepassing, risico's en werkwijze
Prikkelbaredarmsyndroom (PDS) - oorzaken, symptomen, diagnose, behandeling
Brandend maagzuur (reflux) - oorzaken, symptomen en behandeling
Ziekte van Tay-Sachs - een fatale kinderziekte


Bronvermelding
. Biologie van de mens, 'Het bloed', Drs. T. Rooswinkel, Wolters-Noordhoff, Groningen

Fotoverantwoording
. Inleidingsfoto: Bloedonderzoek; National Eye Institute, CC BY 2.0 <https://creativecommons.org/licenses/by/2.0>, via Wikimedia Commons
. Germanna CC, CC BY 2.0 <https://creativecommons.org/licenses/by/2.0>, via Wikimedia Commons
.  Spc. Jody Metzger, Public domain, via Wikimedia Commons
. Biswarup Ganguly, CC BY 3.0 <https://creativecommons.org/licenses/by/3.0>, via Wikimedia Commons

04 januari 2023

Lage bloeddruk (hypotensie) - niet altijd onschuldig

‘Ben maar blij dat je lage bloeddruk hebt en geen hoge, zoals ik.’ Een veelgehoorde kreet. Sommige mensen vinden zelfs dat je ermee gezegend bent. Uiteraard is dat in veel opzichten ook zo. Lage bloeddruk is beter dan hoge bloeddruk. Toch is lage bloeddruk niet altijd zo onschuldig als het lijkt. Duizeligheid en zelfs flauwvallen zijn enkele van de klachten. Met name als men snel uit de stoel komt of uit bed stapt. De oorzaken kunnen talrijk zijn. Dikwijls zijn medicijnen de boosdoeners, zoals plastabletten en hartmedicijnen. Vaak is er ook geen oorzaak te vinden.

Inhoud

* Definitie van lage bloeddruk (hypotensie)
* Wat is bloeddruk?
    * Orthostatische hypotensie
* Symptomen van lage bloeddruk
* Oorzaken van lage bloeddruk (hypotensie)
    * Vochtverlies
    * Hart- en vaatziekten
    * Allergische reacties
    * Medicijnen
    * Orthostatische hypotensie
* Behandeling

Definitie van lage bloeddruk (hypotensie)

Hoge bloeddruk komt veel vaker voor dan lage bloeddruk. Bij mannen spreekt men van hypotensie als de bloeddruk lager is dan 110/70 mmHg. Bij vrouwen is die bloeddrukwaarde 100/60 mmHg.

Wat is bloeddruk?

Anatomie van het hart
Bloeddruk
is de druk waarmee het hart het bloed door de bloedvaten pompt. Dit wordt uitgedrukt in systolische druk (bovendruk), ofwel de druk in de vaten wanneer het hart samentrekt. De diastolische druk (onderdruk) is de druk in de ontspanningsfase van het hart, waardoor de druk in de vaten laag is. Deze waarden zijn bij iedereen verschillend en op elk moment van de dag anders. Zolang de bloeddruk binnen de normale waarden fluctueert, zodat de organen en weefsels van bloed worden voorzien, treden er geen negatieve symptomen op. De bloeddruk kan echter zo laag worden dat de systeemorganen, zoals de hersenen, te weinig bloed en dus te weinig zuurstof krijgen door drukverlies. Symptomen als duizeligheid en zelfs flauwvallen kunnen dan het gevolg zijn.

Orthostatische hypotensie

Dit is een bekende vorm van lage bloeddruk, die op alle leeftijden kan voorkomen. Karakteristieke kenmerken zijn duizeligheid en zwarte vlekken voor de ogen zien zodra men te snel uit een stoel komt of rechtop in bed gaat zitten. Deze bloeddrukverlaging is van voorbijgaande aard.

Symptomen van lage bloeddruk

Bloedvatenstelsel
In de meeste gevallen zijn het de hersenen die als eerste te lijden hebben onder een lage bloeddruk en dus minder zuurstoftoevoer. Bij een continue lage bloeddruk is de druk te laag om de systeemorganen (o.a. hersenen, hart en nieren) van voldoende zuurstofrijk bloed te voorzien. De symptomen van hypotensie zijn onder andere:
  • duizeligheid;
  • vermoeidheid;
  • wazig zien;
  • misselijkheid;
  • oorsuizen;
  • flauwvallen;
  • licht of zwaar gevoel in het hoofd;
  • zwarte vlekken voor de ogen zien.

Oorzaken van lage bloeddruk (hypotensie)

In de meeste gevallen blijft de oorzaak van lage bloeddruk in het ongewisse. De klachten zijn echter niet minder vervelend. In dat geval is leren omgaan met de kwaal het beste middel om ermee te leven. In een aantal gevallen is hypotensie echter minder onschuldig, zoals:

Vochtverlies

Bloedverlies, overmatig transpireren, diarree of simpelweg overdag te weinig drinken zijn enkele van de bekendste oorzaken. Het lichaam verliest dan veel vocht en zouten (elektrolyten, zoals natrium en kalium).

Hart- en vaatziekten

Als de pompkracht van het hart in gebreke blijft, zal de bloeddruk dalen. Zoals bij (chronisch) hartfalen (decompensatio cordis), een hartinfarct en bij bepaalde hartritmestoornissen.

Allergische reacties

Bij een allergische reactie, een sepsis of shock kunnen de bloedvaten zodanig verwijden dat er ondervulling van het vaatstelsel optreedt en de bloeddruk drastisch daalt.

Medicijnen

Bloeddruk opnemen
Antidepressiva
, sedativa en bepaalde hartmedicijnen staan erom bekend.  Maar ook plastabletten en medicijnen tegen hoge bloeddruk kunnen de oorzaak zijn. Meld dit aan de huisarts, mogelijk krijgt u andere medicatie of wordt de dosis gewijzigd.

Orthostatische hypotensie

Minder bekend bij deze ‘onschuldige’ kwaal is dat de oorzaak ervan gelegen kan zijn in de zenuwen die de bloedvaten enerveren, waardoor de vaten minder goed kunnen vernauwen, zoals bij diabetische neuropathie en perifere neuropathie.

Behandeling

Als u vaak last hebt van symptomen die duiden op lage bloeddruk is het beter om ermee naar de huisarts te gaan. De kwaal kan onschuldig zijn, wat doorgaans het geval is. Vaak blijft de oorzaak onbekend. Niettemin is het zaak om ernstige ziekten uit te sluiten, zoals een hartkwaal. Eventueel stuurt de huisarts u door naar de specialist. Mogelijk slikt u medicijnen die lage bloeddruk als bijwerking hebben.

Lees verder
Lage bloeddruk - 8 effectieve tips & adviezen
Angina pectoris vaak voorbode van hartinfarct
Hoesten - wanneer verwijst de huisarts u door
Leven met angina pectoris - 10 tips & adviezen
Wat is het verschil tussen opioïden en niet-opioïde pijnstillers?


Bronvermelding
. 'The Doctors Book of Home Remedies', Rodale Press, Emmaus, VS

Fotoverantwoording
. Inleidingsfoto: bloeddrukmeter; Jacek Halicki, CC BY-SA 4.0 <https://creativecommons.org/licenses/by-sa/4.0>, via Wikimedia Commons
. Wapcaplet., CC BY-SA 3.0 <http://creativecommons.org/licenses/by-sa/3.0/>, via Wikimedia Commons
. User:Sansculotte, CC BY-SA 2.5 <https://creativecommons.org/licenses/by-sa/2.5>, via Wikimedia Commons
. Schekinov Alexey Victorovich, CC BY-SA 4.0 <https://creativecommons.org/licenses/by-sa/4.0>, via Wikimedia Commons