A5A0C56B5243F86D4E229DD720350EA2

20 december 2021

De gewone mijnspin (Atypus affinis) lijkt op een vogelspin

De gewone mijnspin (Atypus affinis) komt in Nederland voor en is verwant aan de vogelspin. Deze tamelijk kleine achtpoot lijkt op een miniatuurversie van de soms angstaanjagend grote vogelspinnen. De Atypus affinis is een vrij zeldzame spin die graag op de droge zand- en heidegronden vertoeft. Maar ook op zonnige hellingen en in naald- en loofbossen. De spin maakt een ondergronds nest met een buisvormig web, zowel boven- als ondergronds. Het is een unieke manier om prooi te vangen. Kenmerkend aan deze kleine spin (tot 2 cm, zonder de poten) zijn de rechtstandige kaken (cheliceren), zoals bij vogelspinnen. De Atypus affinis is een echte ‘buitenspin’.

De gewone mijnspin (Atypus affinis) - vogelspin in het klein

De gewone mijnspin is geen spin die men overal aantreft. Hij is best zeldzaam en staat in Vlaanderen op de lijst van wettelijk beschermde spinnen. Hoewel de gewone mijnspin geen echte vogelspin is, lijkt hij er verdacht veel op. Vooral door de grote gifklauwen (cheliceren) die rechtstandig, naar voren gericht, zich in het verlengde van het kopborststuk (cephalothorax) bevinden en evenwijdig aan elkaar bewegen. De mijnspin is een heuse ‘buitenspin’ die houdt van de vrije natuur en die men dus zelden binnenshuis zal aantreffen. De spin (vrouwtje) kan wel 10 jaar worden.

Taxonomische indeling van de gewone mijnspin (Atypus affinis)

De gewone mijnspin (Atypus affinis) behoort tot de stam van de Arthropoda (geleedpotigen), de klasse van de Arachnida (spinachtigen), de orde van de Araneae (spinnen), de onderorde van de Mygalomorphae (vogelspinachtigen), de familie van de Atypidae (mijnspinnen, 49 geslachten) en het geslacht Atypus, dat 29 soorten telt.

Is de Atypus affinis een vogelspin?

Gewone mijnspin (Atypus affinis)
Hoewel de gewone mijnspin in de volksmond een vogelspin wordt genoemd, maakt de echte vogelspin deel uit van de familie van de Theraphosidae (ware vogelspinnen). De Atypus is niettemin duidelijk te herkennen aan de vogelspinachtige kenmerken, zoals de grote rechtstandige en parallelle kaken (orthogonale gifklauwen). In Nederland en België is de Atypus affinis inheems, met daarnaast de nog zeldzamere kalkmijnspin (Atypus piceus), die vrijwel niet te onderscheiden is van de gewone mijnspin.

Kenmerken van de gewone mijnspin

De gewone mijnspin heeft een aantal karakteristieke kenmerken. Men treft ze niet aan bij bijvoorbeeld huisspinnen en wolfspinnen, die men soms in huis kan zien rondrennen, vooral in de herfst. Een voorbeeld daarvan is het uiterlijk van de mijnspin, dat eerder aan de vogelspin doet denken. Ook de bouw van de gifklauwen (cheliceren) is heel typisch. Enkele belangrijke kenmerken op een rij:

Lengte en kleur

De gewone mijnspin (Atypus affinis) is zwart tot zwartbruin, wat vooral van toepassing is op het mannetje. Het vrouwtje is bruinig van kleur. De jonge spinnetjes zijn lichtgetint. Het mannetje wordt ongeveer 8 tot 10 mm lang (zonder de kaken en poten), het vrouwtje tot wel 2 cm. Overigens zijn vrouwtjesspinnen over het algemeen altijd wat groter dan de mannetjes.

Gifklauwen (cheliceren)

De cheliceren van de gewone mijnspin lijken op die van de vogelspin. Ze zijn rechtstandig, staan evenwijdig van elkaar en bevinden zich in het verlengde van het kopborststuk. Ook zijn ze opvallend groot in verhouding tot de rest van het lichaam. Bovendien blinken ze en kunnen bijna een halve centimeter lang worden. De gifklieren bevinden zich aan de basis van de gifklauwen, waarbij het gif via een kanaaltje naar de punt van de giftand stroomt.

Abdomen, boeklongen en spintepels

Gewone mijnspin (Atypus affinis)
De Atypus affinis heeft twee boeklongen. Het achterlijf ofwel abdomen is bij mannetjes wat smaller dan bij vrouwtjes. Daarentegen hebben ze wel langere poten. Zoals bij alle spinnen zijn de kop en het borststuk (cephalothorax) met elkaar vergroeid. Bij de gewone mijnspin zijn de spintepels in drie even lange delen gesegmenteerd, en verschilt daarmee van de kalkmijnspin (Atypus piceus).

Leefwijze

Wie in de vrije natuur een gewone mijnspin ziet, zal er in de directe omgeving naar alle waarschijnlijkheid meer aantreffen. Deze spinnen leven immers in kolonies van soms wel honderden exemplaren. De gewone mijnspin is een buitenspin die houdt van droge, warme en dus zanderige en zonnige gronden, zoals heidegebieden, bosranden maar ook naaldbossen en soms ook loofbossen. Wegbermen zijn eveneens favoriet. Zelden treft men ze aan in (achter)tuintjes. In Nederland moet men de spin vooral zoeken op de hoge zandgronden, zoals de Veluwe, de Meinweg en de Utrechtse Heuvelrug. Deze Spin van het Jaar (2013) maakt deel uit van de Atypidae. In Nederland is het de enige inheemse spinnenfamilie die verwant is aan de vogelspin.

Web van de gewone mijnspin (Atypus affinis)

De mijnspin heeft een bijzonder web, een buisvormige constructie die zich zowel ondergronds als bovengronds bevindt. De toegang is uitstekend gecamoufleerd met zand, bladeren, stengels, mos en wat er meer aan biologisch materiaal in de omgeving ligt. De ondergrondse constructie van het web kan wel 50 cm diep zijn. Het kokervormige hol is bekleed met spinsel. In het bovengrondse deel, ofwel de vangbuis, houdt de spin zich ’s nachts schuil en wacht op prooi. De vangbuis heeft een gesloten uiteinde, kan wel 20 cm lang zijn en is goed gecamoufleerd.

Jacht

Prooi die in de buurt van de vangbuis komt, wordt door het spinweefsel heen in de koker getrokken en meegesleurd naar het hol. Daarna wordt de vangbuis gerepareerd met spinsel en opnieuw gecamoufleerd. De prooi bestaat uit spinnen en insecten, zoals mieren, torren, kevers, pissebedden en zelfs grote duizendpoten. De groene specht is een van de natuurlijke vijanden van de gewone mijnspin.

Voortplanting

Gewone mijnspin (Atypus affinis)
Het vrouwtje van de gewone mijnspin verlaat haar nest zelden of nooit. Een ‘verdwaalde’ gewone mijnspin betreft doorgaans een mannetje dat wil paren. Na ongeveer 4 jaar kan de gewone mijnspin zich voortplanten. Het vrouwtje kan 10 jaar worden, het mannetje ongeveer 4 jaar. Bij de paring gaat het mannetje het hol in en wordt na de paring in het merendeel van de gevallen opgegeten door het vrouwtje. De eitjes (cocon) in het ondergrondse hol worden goed bewaakt en komen in de zomer uit, waarna de jonge spinnetjes een seizoen bij de moeder blijven.


Beet van de gewone mijnspin

De gewone mijnspin (Atypus affinis) is niet agressief. Niettemin kan de beet ernstig zijn met symptomen als pijn, koorts en necrose. Dodelijk is de beet zeker niet. Het risico dat men thuis in de woning een verdwaalde mijnspin (mannetje) aantreft is praktisch nihil.

Lees verder
Het ingenieuze web van de spin
Spinnen - de wolven van de insectenwereld
Spinnen zijn geen insecten
De dodelijke Australische tunnelwebspin (Atrax robustus)


Bronvermelding
. https://nl.wikipedia.org/wiki/Gewone_mijnspin
. https://www.nemokennislink.nl/publicaties/ondergrondse-mijnspin-vangt-mieren-vliegensvlug/
. https://www.bnnvara.nl/vroegevogels/artikelen/het-jaar-met-8-poten

Fotoverantwoording
. Inleidingsfoto: Gewone mijnspin (Atypus affinis); Siga, CC BY-SA 3.0 <https://creativecommons.org/licenses/by-sa/3.0>, via Wikimedia Commons
. Siga, CC BY-SA 3.0 <https://creativecommons.org/licenses/by-sa/3.0>, via Wikimedia Commons
. Siga, CC BY-SA 3.0 <https://creativecommons.org/licenses/by-sa/3.0>, via Wikimedia Commons
. Danny Steaven, CC BY-SA 2.0 <https://creativecommons.org/licenses/by-sa/2.0>, via Wikimedia Commons

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Opmerking: Alleen leden van deze blog kunnen een reactie posten.